Kraamkamer van de Esox-Lucius
Als het jachtseizoen van de snoek tijdelijk (terecht) is gesloten is het des te interessanter om eens te kijken naar het paaigedrag van onze goed vriend.
Sinds 2007 jaar is er in het fraaie gebied tussen het Rotterdamse Hillegersberg en Schiebroek een paaiplaats voor snoeken gecreëerd. Rondom de plas wordt het al betiteld als de afwerkplaats voor wellustige snoeken met voortplantingsdrift.
In dit fraaie gebied, dat ook belangrijk is voor vlinders, libellen, kikkers, padden en salamanders is een Snoekenpaaiplaats aangelegd omdat in deze plassen (nog) onvoldoende schuilmogelijkheden voor de Snoek aanwezig zijn om te paaien.
De Snoekenpaaiplaats in dit park biedt de Snoeken wèl die schuilmogelijkheid. Deze plaats bestaat uit twee graslandjes, die zijn omgeven door sloten.
Snoeken zijn als roofvissen heel belangrijk voor een evenwichtige visstand die weer zorgt voor een goede waterkwaliteit. Momenteel is er voldoende prooivis aanwezig in de plassen rondom dit paaigebied..
Eerste keer
In februari wordt de paaiplaats voor de eerste keer onder water gezet.
De volwassen Snoeken trekken vanaf dat moment vanuit de naastgelegen plassen via de vistrap de paaiplaats in. Eerst gaan de mannetjes, die een territorium bezetten.
Later gevolgd door de vrouwtjes die een geschikt mannetje zoeken. In maart en april wordt er gepaaid tussen de begroeiing van het ondergelopen grasland. De eitjes worden bevrucht en kleven aan de grasstengels. In april komen – na 2 weken- de eitjes uit. De kleine visjes worden “hangend broed” genoemd omdat ze vastzitten aan de grasstengels. Ze leven nu nog geheel van de dooierzak. Weer enige tijd daarna verlaten de visjes de grasstengels.
De Snoekjes eten nu watervlooien en muggenlarven en worden nu “vrij-zwemmend broed” genoemd.
Snoekjes die zich sneller ontwikkelen en groter zijn dan andere Snoekjes eten de kleinere Snoekjes op. De mogelijkheid om te schuilen bepaalt echter de mate van dit kannibalisme.
In mei en juni wordt het water van de paaiplaats via de stuw afgelaten en valt het grasland weer droog. De Snoeken trekken naar de watergangen in de paaiplaats en gaan na het passeren van de stuw mee met de waterstroom naar de naastgelegen plassen. Hier vinden ze hun plaats in de vegetatie.
Bron: Hoogheemraadschap Rotterdam